Weronika – Véronique

Onlangs zag ik de film La double vie de Véronique weer. Ik heb hem destijds in de bioscoop gezien, in 1991 (of was het 1992). Twee keer zelfs, omdat ik hem zo mooi vond.

Wat een vreemde ervaring! Hoe is het mogelijk dat Weronika’s tante en Véronique’s vader, aan wie ik in vijftien jaar geen enkele gedachte gewijd heb, mij op slag weer vertrouwd zijn alsof ik hen mijn hele leven al ken?

En wat merkwaardig om die ene scène terug te zien. De camera begint te tollen en er gebeurt iets met het geluid als Weronika’s ziel ontsnapt aan het lichaam dat levenloos neervalt op het podium.

Ziel die later op onnavolgbare wijze ingeblazen lijkt te worden in een marionet die tot leven komt uit een kistje. De schoolkinderen in het verduisterde zaaltje strekken hun nekken en Véronique, die tussen hen in zit, is net zo gebiologeerd als wij door het wonder dat zich voor onze ogen voltrekt.

“Wat is je passie?”

Dat vroeg mijn coach bij mijn vorige werkgever me ongeveer een jaar geleden. Het was tijdens één van onze eerste gesprekken. Uh… Stilte.

Ook al vond ik het een lastige vraag, het woord passie zelfs een beetje irritant – hoezo, passie? – toch schoot me wel iets te binnen. Ik sprak het niet uit. Het bleef dus stil. En het gesprek ging verder over iets anders.

Wat is je passie?

Die vraag heeft me sindsdien niet meer losgelaten.