Nuenen

snowy-landscape-with-old-tower-large

In the winter of 1883, the Dutch painter Vincent van Gogh (1853-1890) went to live with his parents in the village of Nuenen.

The Netherlands is a small country. Nuenen is only an hour drive from Amsterdam. For those who love Vincent van Gogh there is a lot to like there: the little church where his father was a pastor, the house of his friend and mistress Margot Begemann, the windmill that is visible on so many paintings.

One of the most remarkable buildings is gone though. It was demolished in Vincent van Gogh’s time, not long before he left Nuenen in 1885. It’s the old church tower. Just like the windmill, it is depicted on many paintings.

The tower stood outside the village in the fields. Nowadays it’s a residential area. The ground plan of the tower has been marked with stone.

location-old-tower-large

Strangely enough, this spot has become a favorite place. It is a bit sad of course. But, well, that’s life. Things come and things go. Fortunately we have the paintings and drawings.

Just look at the one above. Vincent van Gogh drew it in the first days after his arrival in Nuenen. It’s called ‘Snowy Landscape with the Old Tower’. The tower seems a bit lonely and it is almost as if it wants to say something, or so it seems, don’t you think?

In response to this week’s WordPress photo challenge: Favorite place.

I’d rather be…

leica-large

…taking pictures with an old Leica.

But then, that would be so impractical. I would feel like a dinosaur, trying to figure it all out.

And then, I do have a Leica, that is, sort of. My great little iPhone that is always with me.

The Leica above was from the famous French photographer Henri Cartier-Bresson (1908-2004). He taught me that moments won’t reoccur. If you see a picture, take it, there won’t be a second chance. He said:

Oop! The Moment! Once you miss it, it is gone forever.

Mindfulness ‘avant la lettre’!

In response to this week’s WordPress photo challenge: I’d rather be…

Out of this world

fog-large

We drove up the mountain, towards the pass, the fog got thicker and thicker.

I had to stop the car, take a few pictures. It was out of this world, this Mediterranean fog in the heat of June.

What it says about me I don’t know, but I forgot to include the roots, the tree levitated.

It all made me think of the first line of Dante Alighieri:

In the middle of the journey of our life I came to myself within a dark wood where the straight way was lost.

A rootless tree in the fog — my contribution to this week’s WordPress challenge: Out of this world.

Irmgard

blijf-lachen-irmgard-large

Ik moet een jaar of negen, tien geweest zijn toen ik de boeken van Irmgard las.

Van de eerste, Blijf lachen Irmgard, was ik helemaal ondersteboven. Het gaat over Irmgard zelf die tuberculose krijgt en naar een sanatorium moet. Het boek verhaalt van het wel en wee daar, en vooral het wee — het sterven van haar medepatientje Josje — maakte enorme indruk.

Irmgard werd beter, mocht terug naar huis, schreef er dit boek over en werd zo op twaalfjarige leeftijd ‘Neerlands jongste schrijfster’. Het was 1966.

Er volgden nog negen boeken, zeven over haar eigen leven, twee over dat van een fictief meisje, Babs. Met Irmgards examenjaar kwam er een eind aan de reeks.

Het staat allemaal in m’n geheugen gegrift. De Pastoor Sartonstraat in Valkenburg waar ze woonde met haar ouders, broer Wim en zus Hedwig. De Geul die niet ver achter het huis stroomde. De vakanties op Terschelling, Ameland, Slagharen of Nijverdal. En de blijdschap als ze de Pastoor Sartonstraat dan weer inreden, bijna thuis.

Door Irmgard droomde ik ervan zelf schrijver te worden en door haar geïnspireerd ging ik aan het werk. Op de typemachine van mijn vader schreef ik een verhaal over vijf kinderen die een avontuur meemaken, helemaal in de geest van Enid Blyton, de kinderboekenschrijfster die ik ook al zo graag las.

Het verhaal speelde in Zuid-Limburg, net als de boeken van Irmgard. Er kwamen grotten in voor, net als die in Valkenburg. En het eindigde bij een van de kinderen thuis in Vaals, in een straat zoals ik me de Pastoor Sartonstraat voorstelde, compleet met fanfare die de straat binnenkwam.

Ik stuurde m’n boek naar Uitgeverij Westfriesland in Hoorn, waar ook de boeken van Irmgard waren verschenen, maar helaas, het werd afgewezen.

Toen ik vorig weekend in België was besloot ik op de terugweg langs Valkenburg te rijden. Eén keer eerder was ik in de Pastoor Sartonstraat geweest, tijdens een weekendje weg in Zuid-Limburg met het gezin, maar de kinderen waren nog klein, het was het moment niet voor een trip down memory lane.

Nu liep ik er, een straat van rijtjeshuizen en twee-onder-een-kapwoningen, ik wist alleen het huisnummer niet. Op het eind van de straat begon het voetgangersgebied en bij de HEMA ging ik koffiedrinken en zocht ik naar informatie.

Nu zou Irmgard een beroemdheid geweest zijn op YouTube of Instagram, maar de periode 1966-1974 was ver voor het internettijdperk, er is bijna niets over haar te vinden.

Ja toch, een foto uit het beeldarchief van Valkenburg, waarop ze lachend in de deuropening staat en drie meisjes, fans, te woord staat. Die ene foto — meer is er niet — brengt alles weer terug, de alledaagse gebeurtenissen die toch zo bijzonder waren, de blijdschap, de zorgen. Maar ook het plezier waarmee ik de boeken las, een onbeschreven blad nog.

En ja, nu ik het huisnummer gezien heb, op deze ene foto, weet ik wat me te doen staat. Ik breng m’n plateau met de koffiekop weg en stap naar buiten. Ik ga de Pastoor Sartonstraat weer in. Nu pas valt de confetti langs de stoeprand op, natuurlijk, het is carnaval geweest.

Een beetje nerveus ben ik, gek eigenlijk. En dan is het zover en sta ik voor het huis. Wat nu? Ik doe het enige wat ik kan bedenken en dat is een foto maken, terwijl ik besef dat het zich hier allemaal echt heeft afgespeeld, de gebeurtenissen in de boeken die ik met zoveel plezier gelezen heb.

Aan het begin van de Pastoor Sartonstraat kijk ik nog een keer om. Er is online nauwelijks iets te vinden over Irmgard. In een mini-interview uit 2005 neemt ze afstand van haar middelbare schooltijd, geschreven heeft ze daarna niet meer en ze lijkt niet aan haar periode als ‘Neerlands jongste schrijfster’ herinnerd te willen worden, ik weet niet waarom niet.

Ik plaats hier geen foto, omwille van de privacy die ze nog altijd lijkt te zoeken. Maar een foto van de cover kan wel, want op een plank in de boekenkast in onze werkkamer staan ze, cadeau gekregen van mijn zus die weet hoeveel ze voor me betekend hebben — de tien boeken van Irmgard Smits.

Meer informatie
Irmgard Smits (Wikipedia)